

Meetinstrument in Voyager-sonde na halve eeuw uitgeschakeld
HOUSTON (ANP) – Een van de wetenschappelijke instrumenten aan boord van de ruimtesonde Voyager 1 is uitgeschakeld. Het apparaat heeft vrijwel onafgebroken metingen verricht sinds de lancering in 1977. Zeven andere meetinstrumenten waren eerder al uitgezet, twee doen het nog. Volgens de Amerikaanse ruimtevaartorganisatie NASA moet de stap energie aan boord sparen en het leven van de verkenner zo lang mogelijk rekken.
Het instrument is de LECP. Die meet geladen deeltjes als ionen, elektronen en kosmische straling. Wetenschappers hebben zo een beter beeld gekregen van de samenstelling van het heelal. Hetzelfde instrument zit ook in een andere sonde, de Voyager 2. Daar is het apparaat vorig jaar uitgeschakeld om energie te besparen.
De NASA werkt aan een plan om andere onderdelen van de Voyager 1 tegelijk uit te schakelen. Met de energie die dat uitspaart, kan mogelijk de LECP weer worden aangezet. Dat kan de missie verder rekken. Die procedure wordt in de komende weken getest.
Ster
De Voyager 1 is het verste object dat door mensen is gemaakt. Hij vliegt op ruim 25 miljard kilometer afstand van de aarde. In 2012 verliet hij ons zonnestelsel en bereikte hij de eindeloze ruimte tussen de sterren.
Op zo’n grote afstand is het niet eenvoudig een onderdeel uit te zetten. Nadat de vluchtleiding het commando vanaf de aarde had gestuurd, kwamen de radiogolven ruim 23 uur later pas aan, ook al ging het met de snelheid van het licht. Daarna duurde het nog meer dan drie uur om alle stappen uit te voeren.
De brandstof aan boord van de Voyager 1 raakt langzaam op. Na het einde van de missie blijft de sonde doorvliegen met een snelheid van ongeveer 17 kilometer per seconde. Over ongeveer 40.000 jaar bereikt de Voyager 1 de dichtstbijzijnde ster, Gliese 445.
Bron: ANP
Laatste nieuws





