Duitse inflatie loopt verder op door dure brandstoffen

WIESBADEN (ANP) – Duitse consumenten waren in april 2,9 procent meer kwijt aan hun dagelijkse uitgaven dan een jaar eerder. Daarmee was de inflatie deze maand hoger dan in maart, toen het gemiddelde prijspeil met 2,7 procent steeg. Voornamelijk energie werd duurder, doordat de Iranoorlog voor sterk gestegen prijzen voor olie, gas en fossiele brandstoffen heeft gezorgd.

Hoewel de inflatie is opgelopen, vallen de cijfers economen nog mee. Een groep door persbureau Bloomberg gepeilde economen rekende in doorsnee op 3,1 procent inflatie. De kerninflatie, zonder de sterk schommelende prijzen voor voedingsmiddelen en energie, daalde volgens een eerste raming van statistiekbureau Destatis zelfs naar 2,3 procent in april, van 2,5 procent in maart.

De cijfers wijzen erop dat de oplopende inflatie in Duitsland vooralsnog neerkomt op “een geïsoleerde prijsschok voor energie”, reageert ING-econoom Carsten Brzeski. Maar er komt een domino-effect waarbij duurdere brandstof doorwerkt in bijvoorbeeld hogere transportkosten en duurder voedsel, waarschuwt hij.

Coronapandemie

Eerder op woensdag werd al bekend dat in Spanje de inflatie is opgelopen tot 3,5 procent, wat hoger was dan in doorsnee verwacht. In Nederland presenteert het Centraal Bureau voor de Statistiek donderdag een eerste raming van de inflatie. Ook wordt bekend wat de inflatie in de hele eurozone was. In maart kwam die uit op 2,6 procent, wat boven de doelstelling van de Europese Centrale Bank van 2 procent ligt.

Door de nieuwe energiecrisis leven de zorgen op over een nieuwe periode van sterke prijsstijgingen. In 2022 liep de inflatie in veel landen sterk op. Dat kwam door verstoorde logistieke ketens door de coronapandemie en de Russische inval in Oekraïne, die ook voor hoge energieprijzen zorgde.

Bron: ANP