

Arts was zorgvuldig bij beëindigen leven kind, oordeelt commissie
DEN HAAG (ANP) – Een arts heeft eind vorig jaar zorgvuldig en volgens de regels gehandeld bij het beëindigen van het leven van een jong kind. Dat heeft een speciale commissie bepaald, die is opgericht om zulke gevallen te controleren.
De Beoordelingscommissie Late Zwangerschapsafbreking en Levensbeëindiging bij Pasgeborenen en Kinderen van 1 tot 12 jaar kwam niet eerder tot een oordeel over het beëindigen van het leven van een jong kind.
Het oordeel gaat over een kind dat heel vroeg was geboren, na 26 weken zwangerschap. Dat leidde tot onder meer hersenbeschadiging en een vorm van epilepsie. Vervolgens kreeg het kindje last van bijwerkingen van de medicijnen tegen epilepsie. Het sliep nauwelijks en kon bij het eten niet goed slikken. Ook kon het niet goed praten. Aan het einde van het tweede levensjaar vermoedden artsen dat het kind geestelijk ongeveer zes weken oud was.
Toen de dreumes bijna 2 jaar oud was, vroegen de ouders om een einde te maken aan het leven. Het lijden kon niet worden verzacht en de kwaliteit van leven zou niet beter worden.
De behandelend arts vroeg toen om de mening van andere dokters buiten de eigen regio. Zo’n second opinion staat in de regels. Zij waren het niet eens met levensbeëindiging. Ze vonden dat het kindje niet continu leed, omdat de epileptische aanvallen niet continu waren. Ook konden andere medicijnen tegen epilepsie misschien helpen, dachten ze.
De behandelend arts vond dat het kindje wel degelijk ondraaglijk en uitzichtloos leed, ook zonder epilepsie. Daarom vroeg de arts een andere collega om een tweede second opinion. Die was het wel eens met levensbeëindiging. Het lijden kwam door de onomkeerbare hersenbeschadiging, niet door epilepsie, vond de medicus.
Ook de beoordelingscommissie oordeelt nu dat er voor het kind “geen redelijke andere oplossing” was. Het lijden was uitzichtloos en onomkeerbaar en dus mocht het leven worden beëindigd.
Bron: ANP
Laatste nieuws




