Minister: ongedocumenteerden alleen strafbaar bij niet meewerken

DEN HAAG (ANP) – Iemand zonder geldige verblijfspapieren moet alleen vrezen voor vervolging als die niet meewerkt aan zijn of haar vertrek. Dat verzekerde asielminister Bart van den Brink (CDA) bij het debat in de Eerste Kamer over twee strenge asielwetten, waarvan de strafbaarstelling van illegaliteit een onderdeel is.

De CDA-fractie lijkt te neigen naar een voorstem als de minister een aantal zorgen weet weg te nemen over de strafbaarheid van een illegaal verblijf. De wetten zijn verzekerd van een meerderheid als de christendemocraten voorstemmen.

Deze strafbaarstelling is een toevoeging van de PVV die leidde tot een crisisachtige sfeer toen de asielwetten werden behandeld in de Tweede Kamer. Daarop heeft toenmalig asielminister David van Weel (VVD) het voorstel gerepareerd, om te voorkomen dat hulp aan ongedocumenteerden strafbaar zou worden. Ook zegde hij toe dat er geen “klopjacht op illegalen” komt, maar de nieuwe regels alleen te handhaven als ongedocumenteerden hun terugkeer tegenwerken.

Dat laatste is toen ook opgenomen in de wetstoelichting. Dat stelde CDA-senator Madeleine van Toorenburg niet gerust, omdat dit niet werd vermeld in de wetstekst zelf. Volgens Van den Brink valt uit de wetstekst te halen dat Europese wetgeving hierop van toepassing is. Die schrijft volgens hem voor dat zorgen dat een ongedocumenteerde terugkeert, voorrang krijgt boven het eventueel vervolgen van diegene.

Iemand ‘frustreert’ bijvoorbeeld zijn of haar terugkeer volgens de minister als hij of zij weigert om daarvoor een document te tekenen. Dat is soms nodig als iemands herkomstland anders niet meewerkt aan het terugsturen. Van den Brink zei dat de strafbaarstelling jaarlijks op “zo’n 100 tot 300 gevallen” van toepassing is.

Een ander verzoek van de CDA-fractie was dat de minister de strafbaarstelling van illegaliteit niet overhaast uitvoert, als de Eerste Kamer hiermee instemt. Van den Brink ziet op dat moment “geen beletsel om over te gaan tot de invoering”. Hij zei wel dat het altijd enige tijd kost om te zorgen dat een nieuwe wet van kracht wordt. Hij is van plan om twee momenten te kiezen om de wetten in stappen in te voeren. Dat is “een kwestie van maanden”.

De derde en laatste wens van de CDA-senatoren was dat een zogenoemde ‘invoeringstoets’ wordt gedaan. Dat is een toets die na de invoering van wetgeving wordt gedaan om na te gaan hoe deze werkt in de praktijk. Daarmee stemde de minister in.

Bron: ANP